prfct - no redundancy, just prfct!

EEN STEEKPROEFJE

In de loop van de jaren schrijf je een hele bak gedichten bij elkaar. De een beter dan de andere, maar allemaal vluchtig als vlinders. Hieronder een kleine greep uit verschillende bundels.



wijsheid

op een ijzig koude winterochtend
zit hij daar stilletjes bij de achterdeur
een oude zwerfkat
in de berm gedumpt om dood te gaan
van honger en ontbering

de smerige vacht vol klitten
vergeven van teken en vlooien
het puntje van zijn roze tong
steekt uit het tandeloze bekje
de oogleden zijn zo ontstoken
dat hij je niet kan zien

hij sluipt schuw in de richting van je voet
alsof dat de heilige boeddha is

je weet dat hij
als je  naar hem schopt
weg zal vluchten voor altijd
en dat hij voorgoed zal blijven
als je hem een beetje eten geeft
en een hoek om in te schuilen
 
mooi meisje

was ik maar een mooi meisje 
dat goed kon zingen.
als ik dan moeder werd, 
zouden mijn kinderen
tegen hun vrienden en vriendinnen zeggen
‘mijn mama’ (korte stilte) 
‘die is zangeres’

maar ik ben een vent, 
ook nog geen hele knappe.
als mijn kinderen 
op het schoolplein vertelden
‘mijn vader, die is leraar en ook dichter’
was dat voor hun niet direct reclame 

het is een kwestie van verkeerde plaats en tijd
van zaad en eicel, hormonen en chromosomen;
ik maak er maar iets van 
en berust in de situatie
want ik ben niet het type 
voor zo’n soort operatie. 

misschien is er op de lange duur nog perspectief:
ik denk dat ik maar mee ga doen
aan reïncarnatie.
 


snippers 

toen ik in planty zat
- het park rondde binnenstad van krakow-
zag ik een vrouw in een wolk
van zonlicht en stof

hé, dacht ik, hé!
is dat niet Wisława Szymborska
die snippers van haar verzameld werk
aan de duiven voert? 

achter haar hakken
waggelde een klein stram hondje
dat waarschijnlijk Utopia heette
of de Filosofie 

Uit: Harde woorden

STADSGEDICHTEN 2010 - 2013

Van 2010 tot 2013 was ik Stadsdichter van Eindhoven. Een erg leuke functie, volgens sommigen een erebaantje, maar vooral een intensieve leerschool in het schrijven en presenteren van gedichten.
Ik heb ervaren dat poëzie mensen kan verbinden, ontroeren, vermaken. Ook degenen die nooit een gedicht lezen, omdat ze menen dat het vaag en ingewikkeld is. Poëzie is een krachtige vorm van storytelling. Een goed gedicht is kernachtig, emotioneel geladen, verrassend van invalshoek en vorm.

verlichting
is niet de triomf
van kritisch rede
en filosofie
maar van het
technisch vernuft
in de hightech
industrie

Een stadsdichter wordt uitgenodigd door de meest uiteenlopende groepen: café, boekhandel, bibliotheek, harmoniegezelschap, podia, bedrijven, scholen en zelfs een voetbalclub. Het is een uitdaging om steeds te zoeken naar actuele thema's en een vorm die past bij de situatie. Uiteraard met behoud van een eigen stijl en kwaliteit.

waar
zou je zijn
vrijheid?
waar
zou je zijn
zonder
licht?

Tijdens mijn stadsdichterschap verzorgde ik tientallen optredens, bij voorkeur in combinatie met muziek. Ik schreef in opdracht maar ook op eigen initiatief en publiceerde ruim twee jaar gedichten in de stadsglossy Frits. Bij begraafplaats Oude Toren werden vier denkstenen geplaatst met teksten van mijn hand. 
Aan het eind van mijn stadsdichterschap in 2013 verscheen de overzichtsbundel: ...maar het blijft Eindhoven.

de hand van god

het stadscentrum is vol mensen
ontspannen druk met shoppen
op deze stralende lentedag
opgefrist door een speels briesje 

maar bij de kruising van Keizersgracht
en Emmasingel, waar twee hoge gebouwen
elkaar gezelschap houden
huppelt de wind opgetogen rond 

uit een zijstraat, de Vrijstraat,
komt een zonnig blonde vrouw,
rijkelijk voorzien van winkeltassen
en ze duwt ook nog een buggy 

boven haar lange lenige benen
draagt ze een allerzomerste jurk
pure zijde, roze met bloemmotief
klokvormig wijdvallend en kort 

dan, als ze de hoek om slaat
krijgt de springerige wind 
de zoom van haar jurkje te pakken
en gooit het met een zwaai hoog op 

dit geeft een onbelemmerd zicht
op haar tweelingmaan, haar omega,
haar perzikzachte billen
wiegend in perfecte harmonie

het tafereel duurt maar een tel
maar dat is lang genoeg om
mij te doen beseffen dat god bestaat
en het goed voor heeft met de mensheid 

zij vervolgt ongemakkelijk haar weg
met één hand drukt ze haar jurk
stevig tegen zich aan, met de andere
stuurt ze de buggy en zeult ze de tassen 

zij ziet in het voorval
duidelijk geen godsbewijs
voor haar is Eindhoven
alleen een winderige stad

 

 legolandje

levenslustig legolandje
gebaande wegen platte paden
lineair logistiek labyrint
blokkendozen ladekasten
vol verstopte mensenmassa’s
en machinaal geroezemoes

grijze groene woekerpolis
molshoop in de plattelandse wei
met een rijke randversiering
van water bos park en gazon
maar kost en baat nut en profijt
stellen uiteindelijk paal en perk

lichtelaaie lampenkap
te vaak facegelifte ijdeltuit
praalt en pronkt en prijkt
spiegelend gespiegeld in
etalageruit en regenplas
fragiel als gloeilampenglas

kleine grote druktemaker
die geschiedenis wil schrijven
hard roept nog harder werkt
graag in de kijkerd loopt
en zich zelfverzekerd meet
aan de groten en de sterken

gekke gulle geile stad
met ballen brains en branie
altijd in de weer met duizend
nieuwe dingen aan de slag
steeds druk met nieuwigheid
een zwier zwaai of ommekeer

jonge oude stuiterbal
geen jaar of dag krijgt hier gelijk
snel gedaan licht verleerd
veel verdiend gauw verteerd
rusteloosheid en verandering
is het enige dat hetzelfde blijft

 
clichés

als ik Barack Obama was, 
of beter nog Michelle,
dan kon ik u in deze tijd 
van crisis en conflict
vol overtuigingskracht vertellen 
wat te doen
en u laten geloven 
dat het beste nog gaat komen. 

het liefst leek ik nog 
op Desmond Tutu,
dan durfde ik 
tegen beter weten in te dromen
en sprong ik schaterlachend 
met u in het diepe
in het heilige geloof 
dat we beter boven komen. 

helaas ben ik geen bisschop 
en ook geen president,
maar een modale burger, 
samenwonend,
twee zoons die nog studeren, 
een tweekapperin Woensel-Noord 
en een baantje als docent 

wat moet ik u dan wensen of adviseren?
veel wijsheid misschien 
of gezond verstand,
de wil om er samen uit te komen?
die clichés kent iedereen wel onderhand.

Uit: Goede raad
 

ALLERZIELEN

Tussen 2012 en 2016 nam ik verschillende keren mee aan de Allerzielen-viering die georganiseerd werd door Doeat. Bijzondere avonden, soms in storm en regen, andere keren rustig en ingetogen. Wandelend tussen de grafstenen wordt het thema dooe al gauw actueel. Bij de Oude Toren zijn vier stenen in de vloer gemetseld met de belangrijkste woorden uit een van mijn gedichten.



je komt

na negen maanden binnen
lekker warm donker stil
je was liever daar gebleven
maar moet eruit zonder pardon
daaraan helpt geen moederlief
met een welgemeende gil
word je het echte leven in geduwd
er is niets tegen te beginnen

je bent

de eerste tijd ben je een hummel
mummelend kruip je op de grond
probeert te grijpen en begrijpen
je groeit op met streken en stuipen
gaat naar school krijgt een baantje
een relatie en kinderen misschien
en voor je het goed en wel beseft
strompel je met een rollator rond

je gaat

dan komt onvermijdelijk het einde
vaak anders dan je had gedacht
eerder of misschien wel later
dan je vreesde of had gehoopt
je lijf keert naar de aarde terug
rust daar lang en niet echt zacht
en je ziel -als die bestaat- vertrekt
zonder doel of bestemming
voorgoed op een eindeloze reis

je blijft

de spulletjes die je had vergaard
raken op drift verdeeld verspreid
je nalatenschap lost langzaam op
in de golven van de tijd
maar verdwijnen doe je niet
je blijft in hoofd en hart
van vrienden en geliefden
en hun herinnering slijt
langzamer dan graniet
 
 
vruchtbare grond 

nadat mijn ziel begonnen is
aan haar eindeloze pelgrimstocht
en mijn lichaam achterblijft
als een afgedankte plunjezak 

als je mij begraven hebt
en je tranen hebt gedroogd 
plant dan een boom in mij
waar straks de vogels kibbelen
om de veelkleurige vruchten 
of plant een bloemenstruik
die ontelbare vlinders voedt
met nectar van vertedering 

want ik ben geen stofje
dat tot stof moet wederkeren
ik wil vruchtbare grond zijn
voor liedjes en voor poëzie
 

HUISDICHTER VITALIS 2013 - 2016 

Van 2013 tot 2016 was ik huisdichter bij Zorggroep Vitalis. In eerste instantie  in  Peppelrode, Wilgenhof en Vonderhof, later vooral in Wilgenhof. Activiteiten: Samen gedichten schrijven, schrijven over de verhalen en beleving van het ouder worden, vooral veel luisteren en in gesprek zijn. Samen met bewoners publiceerde ik boekjes met hun gedichten en oorlogsherinneringen. En natuurlijk het mee organiseren en uitvoeren van  Gedichtendag en andere bijeenkomsten. 

Jurassic Park
 
haar kleinzoon noemde
het verzorgingshuis
laatst Jurassic Park
ze wist niet goed
wat hij daarmee bedoelde
een film legde hij aarzelend uit
over een eiland vol hele oude wezens
ze had niet doorgevraagd
want de wereld van de jeugd
daar begreep ze niets meer van
 
hij had wel enigszins gelijk
een eiland is het
en iedereen hier is niet zomaar oud
maar antiek afgedankt en opgedoekt
het leek ook film met al die luitjes
die achter hun rollator sloften
in de rolstoel werden voortgeduwd
of roerloos dutten in hun fauteuil
achter een kop koude koffie
 
haar dochter vond dat ze niet moest klagen
je hebt hier zorg en regelmaat
je eten wordt voor je gemaakt
er zijn volop activiteiten
je zit hier niet uit vrije wil
wees toch maar blij
wij hebben straks alleen 
de participatiemaatschappij

 

Ouwe botjes 

ze doen het nog
die ouwe botjes
de pezen en de spieren.
 
het gaat allesbehalve
zeker, vlot en soepel
‘t is meer zwalken dan zwieren.
 
je ziet ons zwoegen
ruikt dat we zweten
hoort onze adem gieren.
 
we sloven ons vol ijver uit
op loopband en fiets

om de fysio te plezieren.

 

krassen
 
wij leerden elkaar niet kennen
in de danstent of bij het koor
maar op het noord-hollandse ijs
in de winter als het vroor.
 
we zwierden over de plas
onze pinken in elkaar gehaakt
met onder ons het zingend ijs
en de wind floot wijsjes in ons oor.
 
later toen we ouder werden
luisterden we vaak naar de pick-up
met van die grote zwarte platen.
 
we kozen dan de mooie stukken uit
en daardoor zat de plaat vol krassen
als het ijs waarop we samen schaatsten.

 

het koor zingt in het verpleeghuis

allemaal gelijke vrouwen
doen hun monden open
hun ronde lippendiensten
onder hun beschaafde neus

happy days are here again
misschien
geldt dat voor hun
daar aan de overkant

ze roepen hard
maar ze roepen netjes
en allemaal tegelijk
misschien wel te gelijk
zoals ze er ook uit zien
niet uit elkaar te houden
een soort vriendinnen
of familie waarvan ik
de namen ben vergeten

the skies above are clear again
zonder bril
is er alleen
een soort van
mist of nevel

tamelijk gelijk daarmee
fladderen vogelachtig
onzichtbare klanken
weg over onze hoofden
ze strijken langs me heen
laten geen indruk achter
dan een kriebel in mijn buik
en een buitje regen in mijn bril

let's sing a song of cheer again
mijn oren vol
met dikke lucht
die alles dempt als
matglas 
 
nu houden ze hun mond
die gelijkgestemde vrouwen
ze  gaan er  weer vandoor
zonder goeiedag te zeggen
en dan moet je maar zien
wie er de volgende keer
weer komt en wanneer
 
de hele tijd
stond er een vent
in een zwart pak
die zwaaide
met allebei
zijn armen
alsof hij wilde
vliegen
dat lukte niet
dus op het eind
liep hij weg
gewoon
op twee van die 
moeilijke voeten
 
 

ZAKMAN

In 2016 verscheen de bundel ZAKMAN,leven en lijden van een loezer.
In een reeks prikkelende gedichten wordt het wel en (vooral) wee beschreven van een man die geen groot talent heeft voor geluk en succes. Reden waarom hij soms onzichtbaar zou willen zijn. De bundel volgt losjes de levensloop en relaties van de (fictieve) hoofdpersoon.
Met markant lelijke illustraties van de auteur!
Jammer maar helaas, ondanks de ontegenzeglijke originaliteit en positieve reacties bij de lezers, werd het geen succes...



met oud en nieuw in het vooruitzicht
wilde ik zoonlief graag demonstreren
hoe hij met vuurwerk om moest gaan

ik pakte een lege wijnfles uit de schuur
en vulde die tot aan de rand met zandbakkenzand

daarna zette ik er een vuurpijl in
en stak met een sigaret
het nogal korte lontje aan

met een vaart vloog de raket
luid sissend de hoogte in
en schampte nog net mijn zoon zijn kin

hij zette het meteen op een krijsen
heel de straat hing uit het raam
of er iemand werd aangerand

ook mijn ex ging luid tekeer
beschuldigde me van moord en doodslag
ik ging er maar niet tegenin
want dat heeft toch geen zin




ERFGOEDVERHALEN

In 2016 schreef ik voor het Erfgoedhuis Eindhoven een bundel over een twintigtal van de tienduizenden voorwerpen die er tentoongesteld worden. In mijn ogen onbegrijpelijke dingen, die wachtten tot hun verhaal werd verteld. De bundel kreeg de titel ´Het pauwenpootje en andere kostbaarheden´


Pelgrimsinsigne
Datering: omstreeks 1400 Vindplaats: gracht rond Klooster Mariënhage
Uit vroomheid of als boetedoening trokken veel mensen als pelgrim door Europa. 
Zij  konden voor voedsel en onderdak gratis terecht bij kloosters op hun route. 
Dat niet iedereen vervuld was van vrome gedachten wordt duidelijk 
door de soms zeer pikante insignes die ze kochten. 
Ze waren te krijgen in goud, zilver, tin of lood (voor de armen)

Piemel op pad

als pelgrim trek je door de wijde wereld
in een grauwe mantel op sandalen
om te boeten voor misstap of zonde
en om aflaten of genade binnen te halen.

bij elke stad en ieder heiligdom
krijg je –wel tegen betaling–
en deelnamebewijs dat je later
bij behouden thuiskomst laat zien.

maar je wil ook een souvenir
om op je kraag of mouw te spelden,
zodat iedereen meteen kan zien
waar je zoal bent geweest.

er is een ruime keus aan speldjes
in goud en zilver, tin en loodv
an Onze Lieve Heer, de maagd Maria
,heiligen, apostelen en martelaren.

maar je kunt ook iets pikanters kiezen!
wat dacht je van een vlammende flamoes
of een gevleugelde piemel op pootjes
met een kroon en een bel aan zijn eikel?

waarom? ach ja waarom.
het bloed kruipt waar het niet kan gaan
en je moet bij al die kommernis
toch ook een keertje kunnen lachen?

bij terugkeer in de keurige stad
vanwaar je bent vertrokken,
gooi je zo’n tamelijk gênant ding
gewoon weg in de gracht van kasteel of klooster.

 

In 2018 verschijnt een tweede bundel erfgoedverhalen onder de titel ´Schedels lichten´. Deze verhalen gaan over schedels die in het Erfgoedhuis worden tentoongesteld. Wie waren deze mensen, in welke tijd leefden ze in Eindhoven, wat zeggen hun restanten over hun leven?

De jonkheer en de nonnen

Jan III de jongeheer
van Helmond
ging hoog te paard
zijn landen rond
en waar hij kwam
zaaide hij zijn zaad
waarvoor hij thuis
geen potgrond vond
 
met zijn fluwelen bikker
bewerkte hij met list en
lust de geurige aarde
onder welig struikgewas
hij schoffelde schampelde
schapperde en braakte
in maagdelijke grond
vol muizenoor en suikerij
 
in negen potten
pookte hij zijn planthout
zijn boontjes botten uit
tot vijftien dikke peulen
ook aan de adellijke nonnen
van de Hooydonkse priorij
schonk hij de vruchten
van zijn heerlijk lid
 
de heilige zusters
bruiden van de Heer
Heylwig en Hillegonda
werden draagsters
van zijn verboden vrucht
en hoedsters van zijn zonde
 

Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint